De Achteraffers

26 november 2009 at 09:50

Wat hebben Jimmy Carter, Al Gore en Dries van Agt met elkaar gemeen? Allemaal ex-politici zult u zeggen. Ook. Maar er is een overeenkomst, die, althans wat mij betreft, nog meer in het oog springt: ze horen tot het groeiende leger der ‘achteraffers’.

‘Achteraffers’? Wat zijn dat? Achteraffers zijn over het algemeen mannen van middelbare leeftijd of ouder, meestal ex-politici, die plotseling met allerlei, in ieder geval bij oppervlakkige beschouwing, progressieve en empathische teksten in de openbaarheid komen over mensen of onderwerpen, waarvoor ze althans geen waarneembaar oog en begrip hadden toen ze daadwerkelijk in een positie van macht verkeerden.

Zo hebben we daar Jimmy Carter, die zich jaren na zijn presidentschap vol overgave op de Palestijnen stortte, net als onze eigen good old van Agt trouwens. Ineens hebben ze begrip in overvloed voor het beklagenswaardige lot van een grote groep mensen, wier uitzichtloze situatie in ieder geval al sinds 1967 – na de 6 daagse oorlog – dusdanige schrijnende vormen aan heeft genomen, dat niemand, die het nieuws volgt, nog met enige geloofwaardigheid, een beroep kan doen op onwetendheid of onbekendheid. Waar waren supermen Carter en van Agt toen ze nog aan de macht waren? Leefden ze toen soms in een zoete roes van macht en honger naar meer? In een haast onmenselijke angst deze ooit weer te moeten inleveren en wederom als gewone stervelingen door het leven te moeten? Had die machtsverslaving hen soms in ‘De Ban’ genomen als ‘De Ring’ bij Gollum? Had die macht ze verblind voor ieder relativeringsvermogen, ieder gevoel voor rechtvaardigheid toen ze uitsluitend oog voor de Israëlische kant hadden, met alle desastreuze gevolgen voor de Palestijnen als volk en voor de machtsverhoudingen in de regio van dien?

Al Gore, ook zo’n ‘achteraffer’, heeft zichzelf, na zijn vice-presidentschap onder Clinton, uit laten roepen tot klimaatguru no 1. Nooit een woord vernomen over ‘climate change’ toen hij nog ‘in office’ was. En dan die oorlog in Kosovo. Nog steeds vice-president op dat moment, die Gore en vrijwel dagelijks op de thee bij Clinton. Als er iets een ramp is voor mens en milieu, is het oorlog. Alleen al om het milieu zouden alle oorlogen simpelweg verboden moeten worden. Sparen we als bonus meteen tonnen aan menselijk leed. Maar van de heer Gore geen woord.

En nu is er dan die film van Marcel van Dam en Hans Heijnen, “De Onrendabelen”. Gaat over de mensen aan de onderkant van de samenleving, de steeds groter wordende groep, die buiten de boot van onze welvaartsmaatschappij valt. De vermalenen in een meedogenlozer wordend kapitalisme, dat ook in Nederland steeds machtiger, steeds onbetwistbaarder lijkt te worden. Voor hen wil ik opkomen, zegt van Dam.

Afgezien van het feit, dat ik films met vrijwel uitsluitend mensen met huilverhalen, hoe waar en schrijnend ze ook mogen zijn, niet goed verdraag, erger ik me aan nog meer in die film. En dan bedoel ik niet die ene man met zijn autootje. Wat is daar mis mee? Mag die man zijn tweedehandsje hebben of ben je alleen zielig als je als alleenstaande moeder met 3 kinderen van 100 euro in de maand je veel te dure boodschappen bij grootgrutters en andere middenstanders moet halen? Is het autorijden misschien alleen voorbehouden aan kleine spaarders naaiende ex-politie-agenten in grote zwarte Mercedessen en liefst met chauffeur natuurlijk? We leven in Nederland, daar is een audio-setje of een pc, gekocht bij de kringloopwinkel, echt geen excessieve luxe.

Nee, mijn ergernis treft vooral dat verhaal van die ene zielige man, wiens eigen vader waarschijnlijk een kind bij ‘s mans vrouw verwekt heeft. Het gebruik van dergelijke verhalen is ergerniswekkend en ronduit ranzig. Binnen de context van de film is die ook nog eens totaal irrelevant. ‘Privé’-journalistiek, waardoor bewust het gevaar wordt gecreëerd dat de groep, waarvoor de heer van Dam zegt op te komen, wordt weggezet als een stelletje immorele, laag bij de grondse viespeuken, voor wie de kijker geen enkele sympathie kan opbrengen. Hier wordt op een onfrisse manier geappeleerd aan het ‘eigen schuld dikke bult’ onderbuikgevoel. Zo werkt film nu eenmaal. Film is net als iedere kunstuiting een vorm van propaganda. En dat weet u donders goed, meneer van Dam en zeker u ook meneer Heijnen.

Al weer zo’n achteraffer dus, die van Dam, denk ik dan. En nog een waardeloze ook. Net of er begin jaren tachtig, wanneer volgens van Dam de onrendabelen hun intrede deden in de Nederlandse maatschappij, geen economische crisis was in ons land, met de grootste bezuinigingsoperatie van na de Tweede Wereldoorlog: Bestek’81, onder de regering van Agt. Demonstraties, stakingsacties, een sociale onrust van ongekende vorm. De band Drukwerk maakte toen furore met het muzikaal gedateerde nummer ‘Laat de Rijken de Crisis betalen’. De treinen lagen plat, de havens liepen leeg, de post werd enige tijd niet meer bezorgd. Weet u nog wel, meneer van Dam? Ach, aanwijzingen in overvloed, dat er iets aan de hand was bij de werkers en uitkeringsafhankelijken in dit land. Maar… blijkbaar niet duidelijk genoeg voor de heren in Den Haag, onder wie ook u. U was namelijk respectievelijk staatssecretaris, kamerlid en minister in de periode van 1973 tot 1982. Als ik me niet vergis, horen mensen met dit soort functies de best geïnformeerden in ons land te zijn. Dat is hun werk, hun taak. Daarvoor krijgen ze een riant salaris. En dan komt zo’n grappenmaker als u nu plotseling beweren, dat hij dat nooit eerder gezien heeft, die toenemende armoede in Nederland. Daar zou mij nou, als ‘onrendabele’, spontaan de versleten en talloze malen verstelde broek van afzakken. Kom op, hoe blind kun je zijn geweest, toen, en vooral, hoe ongeloofwaardig ben je nu?

En niet alleen ongeloofwaardig, eigenlijk ook nog stuitend, zo’n bekentenis van achteraffer van Dam. Zijn we dan werkelijk zo weinig de moeite waard, wij ‘onrendabelen’?