Het Basisinkomen

13 november 2015 at 17:14

oftewel: gratis geld bestaat niet

geldmachineHet idee van een basisinkomen, een door de staat gegarandeerd maandbedrag voor iedere inwoner van Nederland, vindt zowel in linkse als in rechtse kringen steeds meer opgang.
Duizend pop per maand op je rekening gratis en voor nix. Zonder enige verplichte tegenprestatie. Zo luiden ongeveer de gangbare plannen rond het basisinkomen. Is het niet een heerlijke, utopische droom, een stap verder richting de hemel op aarde?
Maar er zijn talloze adders onder het gras en vooral ook in het volle zicht. Het feit alleen al dat twee politieke tegenpolen hetzelfde idee steunen moet argwaan wekken bij wie zich open en kritisch opstelt tegenover een concept dat op het eerste oog zeer aanlokkelijk lijkt: Luilekkerland in de polder! Maar laat hebberigheid of schijngemak niet in de weg staan van een afgewogen oordeel, want geloof mij maar: gratis geld bestaat niet.

Een basisinkomen gijzelt automatisch wie uitsluitend van dit minimum moet leven, zonder ook maar de geringste mogelijkheid tot verweer. En niet alleen hen. Als de staat ‘goed’ is en zorgzaam tegenover de burgers hoeft er in principe niets aan de hand te zijn. Maar dat is wel heel veel vertrouwen in een instituut dat keer op keer toont de belangen van het grote geld en de bezitters ervan te dienen. Of de Haagse wind nu uit rechtse of een meer gematigde hoek waait, hij voelt altijd ijzig koud.
Bovendien heeft wie boven het bestaansminimum verdient en zeker modaal of meer, helemaal geen basisinkomen nodig. Waarom zou je die grote groep dat dan geven? Nog afgezien van de betaalbaarheid. Voorstanders goochelen met allerlei cijfers die in hun voordeel uitpakken, maar uiteindelijk een loopje nemen met de realiteit. En trouwens wie zegt dat het voor die middenklasse zo’n goede deal is? De rekensom zal immers niet zijn: loon + basisinkomen = lekker veel. De rekensom gaat zijn: (loon – basisinkomen) + basisinkomen = net zoveel. Een basisinkomen zal voor alle werkenden in loondienst een verlaging van het loon met hetzelfde bedrag als het basisinkomen betekenen en dus automatisch minder besteedbaar inkomen zodra het basisinkomen daalt. Dat dit laatste gaat gebeuren staat al bij voorbaat vast, zo leert de ervaring met alle uitkeringen en andere overheidsvoorzieningen. Zeker als de rekenmodellen niet blijken te kloppen en de begrotingstekorten, naar Amerikaans model, enorme niet meer te overziene hoogtes gaan bereiken. Daarnaast wordt binnen de kortste tijd echt geld, eveneens naar Amerikaans model, vervangen door plastic geld. Gezellig met zijn allen op zaterdagmorgen in de rij van de voedselbank. En van de voedselbank naar de kledingbank en dan door naar de medicijnenbank. Heerlijk die persoonlijke vrijheid! Ondertussen wrijven de werkgevers zich flink in de handen: miljarden minder aan loon en aan premies door al die lagere lonen. Ping kassa! Voor wie openen zich de poorten naar Utopia werkelijk?

Solidariteit is de basis van de welvaartstaat
De werkenden leveren hun arbeid aan de ‘ondernemer’, de eigenaar van de productiemiddelen, of aan de staat (ambtenaren) en ontvangen daarvoor in ruil een vergoeding in geld, het loon. Wie niet (langer) in staat is om te werken, ontvangt een loon vervangende uitkering, waarop hij of zij, mits beantwoordend aan de voorwaarden, recht heeft. Er is sprake van een collectieve verzekering. We leven immers in een beschaafd land, waarin de werkenden solidair zijn met de niet-werkenden. De werkende van vandaag kan de niet-werkende van morgen zijn. Dus betalen we trouw de premie, net als voor de zorgverzekering.
De hoogte van het loon en de loon vervangende uitkeringen wordt bepaald door de strijd tussen de maatschappelijk krachten: de arbeidersbeweging aan de ene kant en de wat in ons land ‘werkgevers’ heet aan de andere kant. Deze werkgevers of ondernemers dragen, al dan niet met tegenzin, bij aan de financiering van deze collectieve verzekering. Het geld voor die bijdrage komt overigens uit de door de arbeiders in eerste instantie al zelf verdiende meerwaarde, die de ondernemers zich toegeëigend hebben. In wezen betalen die arbeiders dus ook dat werkgeversdeel. De overheid kan in de huidige situatie niet zo maar naar willekeur ingrijpen in de hoogte van de uitkeringen. Met het basisinkomen echter gaat dat principieel en definitief veranderen en komt de macht daarover bij de politiek te liggen. Het solidariteitsbeginsel en daarmee de macht van het collectief verdwijnt bij een stelsel van een basisinkomen.

Dat solidariteitsbeginsel is nu juist het fundament van de bestaande sociale zekerheid die door de voorgaande generaties arbeiders met veel opofferingen bevochten is. Deze sociale zekerheid (en daarmee het solidariteitsbeginsel) staat voortdurend onder druk vanuit het kamp van de werkgevers, daarbij vaak bijgestaan door de overheid op alle niveaus, van landelijk tot gemeenteniveau en in sommige gevallen zelfs door de vakbonden. Die druk wordt verkocht als noodzakelijke bezuinigingen in tijden van crisis (en die zijn er altijd) of gegoten in de vorm van zogenaamd voor iedereen voordelige privatiseringen van onder andere nutsdiensten, zoals de gezondheidszorg of de energievoorziening.
Met een basisinkomen valt die collectieve verzekering weg en krijgt iedereen evenveel, nodig of niet. Wie gehandicapt is of chronisch ziek, heeft andere, vaak hogere noodzakelijke kosten dan wie jong is en in de kracht van zijn leven. Dit op zich is al een onrechtvaardigheid en een aanval op het solidariteitsbeginsel. We krijgen allemaal hetzelfde en wie pech heeft en extra kosten, zoekt het maar uit. Allerlei subsidies en toeslagen zijn in de ruilhandel rond dit ‘nieuwe recht’ helemaal afgeschaft of, waar het niet anders kan, in afgeslankte vorm gehandhaafd.
Een basisinkomen draagt op geen enkele manier bij aan het bewustzijn, dat we leven in een maatschappij waar de burgers nog steeds – hoe lang nog? – solidair zijn met elkaar. Integendeel. Het effect zal een verdergaande individualisering zijn, juist weg van die solidariteit. Links georiënteerde mensen zouden dit nooit moeten willen nastreven, om de simpele reden dat dit geen progressief standpunt, maar juist een rechts, conservatief standpunt is. Dit is terug in de tijd op een manier die niets met gezellige nostalgie te maken heeft.

Basisinkomen is schijnvrijheid
Bij een basisinkomen geeft iedereen die zo’n basisinkomen ‘geniet’ de collectiviteit en de kracht van de collectiviteit op, in ruil voor een schijnvrijheid en een schijnonafhankelijkheid. Dat is de allang doorgeprikte luchtballon van het liberalisme, dat predikt dat iedereen dezelfde kans heeft op rijkdom, welvaart en geluk. De werkelijkheid is dat we leven in een wereld waarin door het kapitalisme een minieme groep rijken steeds rijker wordt en alle anderen steeds armer. Met een basisinkomen gaat daarin op geen enkele manier verandering komen. Als dat wel zo was, zou niemand uit rechtse hoek dit idee omhelzen.
Het bewustzijn van het idee van de klassenstrijd, tegenwoordig in bedekte termen ‘arbeidsmarkt’ en ‘Cao-onderhandelingen’ genoemd, wordt met een basisinkomen nog verder weggemoffeld, maar het feit van de (nog steeds) bestaande klassenstrijd blijft onveranderd aanwezig. Met dit verschil dat een van de partijen, de arbeidersklasse, haar belangrijkste wapen verliest: de kracht en de macht van de massa en de onderlinge solidariteit. Dit betekent de ultieme capitulatie aan het kapitaal met al zijn hebzucht, grillen en willekeuren. En dat geheel vrijwillig.
Het is overal duidelijk waarneembaar waartoe de macht van het kapitaal heeft geleid: een zo goed als verwoeste, over-geëxploiteerde wereld die in haar naakte bestaan wordt bedreigd en bevolkt is met miljarden kansloze armen, een wereld waarin water en voedsel een steeds schaarser product worden en waarin aan de lopende band oorlogen gecreëerd worden om zich nog meer geld en rijkdom toe te eigenen. Uit deze hoek van hebzuchtige egoïsten zijn geen oplossingen te verwachten die ook maar enigszins bijdragen aan een betere wereld.

Het recht op arbeid, op zinnige arbeid, die zoveel mogelijk aansluit bij de talenten en ambities van het individu, is een fundamenteel mensenrecht, net zoals het recht op een vrije mening, op onderwijs, op gezondheidszorg en een veilig onderdak. Tegenover arbeid dient een redelijke vergoeding in de vorm van loon te staan. Wie afhankelijk is van een loon vervangende uitkering heeft recht op een redelijk bedrag en dient gevrijwaard te worden van allerlei onredelijke en vernederende voorwaarden, zoals bijvoorbeeld een sollicitatieplicht voor groepen die geen enkele kans maken op een betaalde baan (ouderen, gehandicapten etc.). Daar moet de strijd zich op richten.
Wie echter een basisinkomen aanvaardt, verkwanselt dat recht op arbeid voor een handvol zilverlingen, niet alleen voor zichzelf maar ook voor de rest van de maatschappij en voor de toekomst van de wereld.